Wijn

wijnErgens werd een bruiloft gevierd. Het gelukkige paar had het niet breed, maar vond toch dat er veel volk moest zijn: gedeelde vreugde geeft dubbel geluk, dachten ze. Het moest een feest voor iedereen zijn, vonden ze, dus waarom moeten we dan beletten dat onze vreugde aanstekelijk zal zijn? Er zijn al zo weinig goede zaken onder de mensen. Daarom vroegen ze aan iedere genodigde een fles wijn mee te brengen. Bij de ingang zou een groot vat staan en daarin kon de fles leeggegoten worden. Zo zou ieder van elkaars gave drinken en vreugde hebben.
Toen het feest geopend werd, liepen de bedienden naar het grote mengvat om hun kruiken met wijn te vullen. Maar groot was hun verwondering toen ze merkten dat er water in zat, gewoon water. Ze stonden versteld, tot het tot hen doordrong dat iedereen gedacht had: die ene fles water die ik erbij doe, zal niemand merken of proeven. Dat iedereen gedacht had: laat mij nou maar eens profiteren van wat de anderen meebrengen. Het werd een waterig gedoe, niet alleen omdat er alleen maar water te drinken was. En toen bij het rijzen van de maan de fluitspelers zwegen, ging ieder zwijgend naar huis, wetend dat het feest nooit begonnen was.

Chinese parabel, in: Open Deur 17 (1993) 2, 13.