Schijnheiligheid

schijnheiligheidWeinig menselijke eigenschappen wekken meer minachting op dan schijnheiligheid. Mensen wier daden niet overeenkomen met hun zogenaamde overtuigingen, worden het mikpunt van spot. Schandalen die ons bezighouden, zijn meestal gebaseerd op een ontkoppeling van woorden en gedrag: overspelige predikanten, leugenachtige politici, moralisten die drugs gebruiken, pedofiele priesters. Onze woede wordt in evenwicht gehouden door onze fascinatie, die voorkomt uit de schuldbewuste wetenschap dat het ons evenmin lukt om ons gedrag te conformeren aan de maatstaven die we hardop zeggen te ondersteunen. Wat zouden de mensen zeggen als ze het wisten? (…)
Jan Vosman, Het bedrog, pentekening, 50 x 70 cm.
De waarheid zal ons niet bevrijden, maar tegen onszelf liegen omdat dat op dat moment gemakkelijk is, is het toppunt van dwaasheid. Zulk bedrog lijkt onschuldig, want er wordt verder niemand bedrogen of benadeeld. Maar levenskeuzen die niet gebaseerd zijn op de realiteit, zijn gedoemd verkeerd uit te pakken. Misschien is het onmogelijk om onszelf werkelijk te zien zoals we zijn; het is moeilijk om de dag door te komen zonder een paar rationalisaties hier en daar. Maar wanneer onze droom over wat we zouden kunnen worden, botst met de waarheid van wat we zijn, is de knal van de cognitieve dissonantie oorverdovend en oogverblindend.

Gordon Livingston, Te vroeg oud, te laat wijs. Dertig dingen die je nu zou moeten weten, Schiedam 2007, 96, 98.
Go to top