Twee maal te water

Een rijke en hardvochtige man had een werkster, een arme weduwe, die hem onberispelijk diende. Alleen om haar ijver en zwijgzaamheid hield hij haar in dienst. Voor het overige beschouwde hij haar als zeldzaam dom en vrij van de minste creativiteit.
tweemaaltewaterOp zekere dag werd in de streek over niets anders gepraat dan over de arme weduwe van de rijke grondbezitter die men over het water had zien gaan. Ze zou de rivier zijn overgelopen zoals men een straat oversteekt. De rijke man riep de arme vrouw bij zich en ondervroeg haar in alle ernst: 'Is het waar dat je de rivier overstak, wandelend over het water?'
'Maar wat is er toch natuurlijker voor een arme vrouw als ik om te lopen over het water?', gaf zij ten antwoord, 'Ik hoefde maar aan u te denken om het water te kunnen betreden. Bij iedere stap herhaalde ik uw naam en dat heeft me recht gehouden!'.
Daarop dacht de rijke: 'Als het een waardeloze bediende gegeven is de wateren te betreden, wat vermag dan niet haar meester. Als in mijn naam mirakelen gebeuren, dan moet ik een kracht bezitten die ik tot op heden toe niet kende en een graad van perfectie die ik al te zeer onderschatte. En op de keper beschouwd, ik heb nog nooit geprobeerd de rivier over te steken als was ze een straat. De uitweg van lopen over water heb ik nooit overwogen...' Hij spoedde zich onmiddellijk naar de rivier. Hij aarzelde geen ogenblik toen hij zijn voet in het water plantte, en met onwankelbaar geloof herhaalde hij: 'Ik, ik, ik ...', maar hij zonk.

Vrij naar Lanza del Vasto, Le Pèlerinage aux sources, Paris: Denoël1943, Gallimar 1989, Le Rocher 1993.