Lied van dromen en vergezichten
![]() |
|
|
Wij mensen blijven dromen dromen en vergezichten zien, een nieuwe aarde die gaat komen te vinden al misschien. Wij dromen van de mensenrechten die ieder mens dan heeft, niet langer tegen onrecht vechten, daar 't recht van liefde leeft. Verdwenen zijn de dictaturen, gevangenschap en pijn, verbanning en verdriet verduren, God zelf zal bij ons zijn. |
Wie in die dromen durft geloven
voelt zelf verandering, vertwijfeling en wanhoop doven in blijde aarzeling. En licht en sterk, vol zachte krachten die onverzet'lijk zijn, bevechten wij de kwade machten die niet te tellen zijn. Waar mensen putten uit de bronnen van droom als werk'lijkheid, daar is Gods toekomst al begonnen in onze levenstijd. |
Marijke de Bruijne, in: Eva's lied. Liederen door vrouwen, Kampen 1984, 65. |
|


























