Lied van dromen en vergezichten

 

Dromenvergezichten
 
Wij mensen blijven dromen dromen
en vergezichten zien,
een nieuwe aarde die gaat komen
te vinden al misschien.

Wij dromen van de mensenrechten
die ieder mens dan heeft,
niet langer tegen onrecht vechten,
daar 't recht van liefde leeft.

Verdwenen zijn de dictaturen,
gevangenschap en pijn,
verbanning en verdriet verduren,
God zelf zal bij ons zijn.

Wie in die dromen durft geloven
voelt zelf verandering,
vertwijfeling en wanhoop doven
in blijde aarzeling.

En licht en sterk, vol zachte krachten
die onverzet'lijk zijn,
bevechten wij de kwade machten
die niet te tellen zijn.

Waar mensen putten uit de bronnen
van droom als werk'lijkheid,
daar is Gods toekomst al begonnen
in onze levenstijd.

Marijke de Bruijne, in: Eva's lied. Liederen door vrouwen, Kampen 1984, 65.