Verdragen

Het verlangen om anders te zijn dan wie of wat we zijn is het pijnlijkste verlangen dat in een mensenhart kan gloeien. Want het hele leven is niet te verdragen, tenzij in de wetenschap dat we verdragenberusten in alles wat we voor onszelf en de wereld betekenen. We moeten erin berusten dat we zus of zo zijn, en wanneer we dat doen, moeten we weten dat we daarvoor van het leven geen compliment zullen krijgen (…). We moeten ons karakter, onze geaardheid verdragen, met onze fouten, ons egoïsme en onze hebzucht, waaraan ervaring noch inzicht iets kunnen veranderen. We moeten verdragen dat onze verlangen geen volledige weerklank vinden in de wereld. We moeten verdragen dat degenen van wie we houden niet van ons houden of niet op de manier die we hopen. We moeten ook verraad en ontrouw verdragen, en wat het moeilijkst is van alle opgaven van de mens: we moeten voortreffelijkheid in karakter of verstandelijke vermogens van een ander mens verdragen.

Sándor Márai, Gloed, Amsterdam 2000, 98.