Trouw

Het is moeilijker zichzelf trouw te blijven dan men denkt. De luiheid belet het ons: zij levert ons uit aan de uitwendige oorzaken, en ook de eigenliefde waardoor wij, om ons te verheffen boven datgene wat wij zijn, vreemd worden aan onszelf. De ware moed bestaat in de erkenning van onze roeping, die enig is in de wereld, en in de trouw daaraan te midden van de hinderpalen die wij ontmoeten, zonder ons te veroorloven er ooit voor te wijken. Want het zijn deze hinderpalen die haar noodzaken tot volle ontwikkeling te komen. En de bekoringen zijn slechts beproevingen, maar beproevingen die ons oordelen. (...)
De trouw dwingt mij om tot in de daad de vervulling van de bedoeling na te streven, zonder me echter te doen vergeten dat de daad optreedt in een andere tijd en te veel dichtheid heeft dan dat welke bedoeling ook hem te voren bevatten kan. De trouw is geen schijnbare rechtlijnigheid vol stugheid en eigenliefde, die de daad ontzegt ooit de bedoeling te mogen ombuigen; maar de hele moeilijkheid is hoe zij omgebogen moet worden: door het voorwerp waarop zij zich had gericht te ontwijken of door het in een steeds wijdere kring te omvatten.
Deze trouw aan onszelf verleent ons een soort natuurlijke en tegelijk geestelijke adeldom, die het ware zelfbewustzijn is.
trouw2

Louis Lavelle, L'erreur de Narcisse, Paris 1939; De eenzelvige mens. Hedendaagse wijsgerige bespiegelingen, Utrecht/Antwerpen 1965, 86-87.