Slachtoffer

slachtofferDe wijze waarop in de westerse cultuur over - erkende - slachtoffers wordt gedacht, wijst op een diepe ambivalentie. Enerzijds is het slachtoffer een wezen dat moet worden ontzien en gerespecteerd, anderzijds wordt datzelfde slachtoffer gekleineerd en gewantrouwd. Het slachtoffer is een heilige met duivelse trekken. De heiligheid correspondeert met het ideaalbeeld van het onschuldige slachtoffer dat zich temidden van onmenselijkheid waardig, menselijk en onschuldig staande houdt. Het geheiligde slachtoffer is niet laf of zelfzuchtig, maar heldhaftig - een stille held die het tegen een kwaadaardige overmacht moest afleggen.
(...) De duivelse trekken die aan het slachtoffer worden toegedacht, corresponderen met de teleurstelling van de buitenstaanders over de menselijkheid van de door hen gecreëerde heiligen. Het slachtoffer blijkt bang geweest te zijn, egoïstisch en klein, bovendien bezorgt het de buitenstaanders een schuldgevoel en valt het hen lastig met zijn verleden en zijn angstdromen.
Het slachtoffer zal met zijn menselijkheid de behandeling die het ten deel viel achteraf 'rechtvaardigen'. Om te ontsnappen aan de machteloze bewogenheid die de heilige in de buitenstaanders oproept, op de vlucht voor de woede en de schuld die de duivel in hen wakker maakt, beschuldigen zij het slachtoffer dat zij eren; 'zo'n moeilijk mens vraagt erom mishandeld te worden', 'wie zo mishandeld is, zal het er zelf wel naar gemaakt hebben'. Het slachtoffer loopt het risico blijvend met de schuldeloze schuld die het tot slachtoffer maakte, te worden geassocieerd.

Jet Isarin, Het kwaad en de gedachteloosheid. Een beschouwing over de holocaust, Baarn 1994, 32-33.