Twee broers

broers1Er waren eens twee broers, die samen één akker bezaten. Van de opbrengst kreeg ieder de helft. De oogsttijd kwam en na een dag van hard werken gingen beide broers naar bed.
De oudste kon de slaap niet vatten. Hij dacht: het is niet eerlijk dat ik de helft van de opbrengst krijg, want ik ben vrijgezel en mijn broer moet met een gelijk deel vrouw en kinderen onderhouden.
Daarom stond hij op, ging naar zijn helft van de akker, nam drie schoven en zette die bij de schoven van zijn broer.
broers2Maar ook de jongste kon niet slapen. Hij dacht: het is niet eerlijk dat ik de helft van de opbrengst krijg. Immers, als we beiden oud zijn, zullen mijn kinderen voor mij zorgen, maar wie zorgt dan voor mijn broer? Daarom stond hij op, ging naar zijn helft van de akker, nam drie schoven en zette die bij de schoven van zijn broer.
Toen ze de volgende morgen weer op de akker kwamen, waren ze stomverbaasd, dat er op ieders deel van het veld evenveel schoven stonden. Ze spraken er niet over met elkaar, maar deden in de tweede nacht hetzelfde.
Ook de daaropvolgende morgen zagen ze dat er niets veranderd was. En weer stonden ze verbaasd, maar ze zeiden niets.
Maar in de derde nacht, toen ze weer bezig waren hun schoven te verplaatsen, kwamen ze elkaar midden op de akker tegen. Toen begrepen ze wat er gebeurd was. Ze omhelsden elkaar en huilden.
En God zag ze, Hij glimlachte en zegende hen beiden.

Chassidisch verhaal.